Heeft een fiscale ruling nog een bindende kracht?
De tekst bespreekt een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, waarin de rechtbank oordeelde over een geschil tussen een vennootschap actief in de scheepvaartsector en de Belgische belastingadministratie. De kern van het geschil was dat de administratie een eerder toegekende ruling over de vrijstelling tot doorstorting van bedrijfsvoorheffing naast zich neerlegde en alsnog een aanslag vestigde, inclusief een belastingverhoging van 50%.
De rechtbank onderzocht of de administratie zich terecht op één van de vijf wettelijke uitzonderingen kon beroepen om de bindende kracht van de ruling te negeren. Na een grondige analyse van elk uitzonderingsgeval concludeerde de rechtbank dat geen van deze uitzonderingen van toepassing was.
De rechtbank benadrukte het belang van rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel: een ruling moet de belastingplichtige beschermen en bindt de administratie, tenzij strikt aan de uitzonderingsvoorwaarden is voldaan. Door de ruling zonder geldige reden naast zich neer te leggen, had de administratie het gerechtvaardigde vertrouwen van de vennootschap geschonden. De rechtbank vernietigde daarom de aanslag en kende de maximale rechtsplegingsvergoeding toe aan de vennootschap wegens het kennelijk onredelijke optreden van de administratie.
Conclusie
Het vonnis bevestigt het bindende karakter van fiscale rulings, het belang van rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel, en stelt strikte voorwaarden aan het terzijde schuiven van een ruling door de administratie.